Naar mijn sites
Posts
| Pamela Colloff |
de martine glass structure, de interactive slideshow en de drill-down-story.
martini glas
Bij het eerste moet je je een liggend martini glas voorstellen. De auteur leid je in in het verhaal met een stuk tekst, een vraag of een overzichtsplaatje (de steel van het glas); vervolgens kun je je eigen keuzes maken binnen een breder gegeven kader. Een voorbeeld hiervan is het verhaal over de klimaat agenda van de Washington Post. Eerst een inleidende tekst, daarna kun je kiezen welke informatie je nog meer wilt bekijken.
Overigens is het beeld van het martini glas niet zo'n handige metafoor. Hetzelfde beeld wordt gebruikt om de structuur te verhelderen van dramatische journalistiek verhalen zoals een ontvoering. Het glas staat dan rechtop. Het trechtervormige glas is de bekende omgekeerde piramide waarin de wie-wat-waar-vragen worden beantwoord; dan volgt een chronologische volgorde van gebeurtenissen (de steel van het glas), en je eindigt met een opvallende afsluiter (de voet van het glas). Misschien is de boom daarom een beter beeld voor deze structuur.
slide-show
Bij de structuur van de interactieve slide show worden de data in opeenvolgende plaatjes gepresenteerd, waarbij je bij ieder plaatje zelf kunt kiezen voor informatieve uitstapjes. Een voorbeeld hiervan is het verhaal uit de New York Times waarin de voorspellingen over het begrotingstekort door de overheid worden vergeleken met het werkelijk tekort. De voorspellingen blijken permanent te optimistisch.Per periode kun je kijken welke voorspellingen zijn gedaan en hoe die afweken van wat er werkelijk gebeurde.
drill-down-story
De derde vorm is de drill-down-story. Ik weet niet of daar een Nederlandse term voor is, maar het komt erop neer dat je vanaf het begin kunt kiezen welk informatiepad je wilt volgen. Een voorbeeld is het schema waarmee de Washington Post laat zien aan welke onderwerpen Obama de afgelopen jaren zijn tijd besteedde. Je kunt een thema kiezen en zien wat daarover is geschreven, of via een tijdsbalk bekijken hoe de aandacht voor de verschillende onderwerpen door de tijd verandert. Je zou hiervoor ook de metafoor van de winkel kunnen gebruiken: je komt binnen en kunt kiezen wat je wilt.
Interactiviteit
De indeling van Segel en Heer is gebaseerd op de vorm van interactiviteit: word je eerst verteld waar het over gaat en kun je daarna je eigen weg kiezen?; wordt het verhaal lineair verteld en kun je onderweg uitstapjes maken?, of kun je van meet af aan je eigen route bepalen? Dat is een praktische indeling die kan helpen bij het ontwerp van een dataverhaal, maar het zegt nog niets over het soort verhaal dat wordt verteld. Wat is het samenhangende idee zit er achter het verhaal? Welk conflict wordt met deze data verhelderd? Dat soort vragen kun je op basis van deze indeling niet beantwoorden. Toch zou je ook zo'n indeling moeten kunnen maken. Ik denk bijvoorbeeld aan het scenarioverhaal: een infographic die laat zien welke politieke keuzes tot welke gevolgen leiden.
Verteltechniek
Het artikel van Segel en Heer onderscheidt ook nog zo'n twintigtal verteltechnieken die bij infographics worden gebruikt. Ze geven onder andere aan hoe je duidelijk kunt maken waar het verhaal begint, hoe je accenten aangeeft, hoe je overgangen kunt maken en hoe je tot interactiviteit kunt aanzetten. Door een groot aantal infographics naast elkaar te leggen en te bekijken van welke verteltechnieken ze gebruik maken, maken Segel en Heer ook duidelijk welke mogelijkheden de makers van infographics laten liggen. Vaak gaat dat om het gebruik van aanwijzingen die duiding geven en je door de tekst kunnen leiden.
bronnen voor journalistieke infographics
New York Times
Washington Posthttp://www.washingtonpost.com/multimedia/infographics
The Guardian; zie ook het aardige inleidende artikel over journalistieke infographics van The Guardian
Ook zonder een happy end kan een film je een goed gevoel geven. Zolang er maar iets wordt gepresteerd. Dat kan zelfs het aanvaarden van verlies zijn. Dat ontdekte Lindsday Doran, producer van o.a. Sense and Sensibility. Ze paste het 'perma' principe van Seligman (positieve psychologie) toe op de analyse van Hollywood films. Een verhaal dat je een goed gevoel geeft bevat in ieder geval de volgende elementen: positive emotion, engagement, relations, meaning en accomplishment. Het publiek waardeert het vooral als de prestatie (accomplishment) wordt gedeeld met anderen. Wat het publiek het meest waardeert is als iemand blijk geeft van veerkracht.
Zou de prestatie die de hoofdpersoon met anderen deelt, zoiets zijn als de catharsis van Aristoteles: de oplossing van een emotioneel conflict?
Ruim twintig lezers schreven daar boze mails over: zo mag je niet schrijven! De verslaggever op zijn beurt: ik schreef alleen maar op wat ik zag! De ombudsvrouw ten slotte: Als je iemand van de buitenkant beschrijft, moet je hem ook van de binnenkant beschrijven.
De onderklasse, zo hebben we onlangs weer gehoord, leeft ongezond, eet te vet en gaat eerder dood. Daar moeten we nu maar eens onze aandacht op richten, vindt de redacteur. Daarmee geeft hij duidelijk aan wat de morele keuze is om juist over deze werkelijkheid te schrijven.
Dat de boze mailtjes ook zijn ingegeven door morele verontwaardiging is niet moeilijk te zien: de verslaggever mag zich niet verheven voelen boven de mensen die hij beschrijft. Ook de ombudsvrouw ontkomt niet aan een moreel oordeel: "als de verslaggever de mensen ook van binnen had beschreven" - wat daar ook mee bedoeld moge zijn - "dan waren dezelfde kwalificaties over het overgewicht, de goedkope kleren en de rolstoelen veel minder hard aangekomen."
verzwegen motieven
Het werk van de journalist, de boosheid die het wekt bij sommige lezers, en het oordeel erover van de ombudsvrouw komen allemaal voort uit een moreel oordeel. Wie moeten we volgen?
Het probleem is niet dat je noteert wat je ziet, maar wat je noteert en waarom. Over het waarom houdt de journalist zijn mond, omdat hij objectief wil zijn. Bij een afwijkend stukje moet de lezer dan zelf maar uitmaken hoe zij het moet lezen.
De lezer zou er meer aan hebben als de journalis zijn mening had gegeven en had gezegd: bij zo'n manifestatie tegen de armoede zitten volgens mij vooral mensen die niet goed voor zichzelf kunnen zorgen en nu boos zijn op de overheid om dat die hen niet genoegd steunt. Kijk maar naar de dingen die ik heb gezien.
Die mening - of een andere - zou veel duidelijk maken over de keuze van de objectief beschreven feiten.
Je krijgt betere journalistiek als je duidelijk maakt vanuit welk perspectief je schrijft. Soms is het lui en laf om je te verschuilen achter het adagium van objectiviteit. Zo pleit je je zelf alleen maar vrij om niet te hoeven nadenken over je motieven, en laat je je lezers in het duister tasten.
| Herbert J. Gans. Photo Credit: Joe Pineiro |
Herbert Gans is 83, en nog actief als bijzonder hoogleraar sociologie aan de Columbia University. Hij schreef veelbesproken boeken als Deciding what is news en Democracy and the news waarin hij laat zien hoe de constructie van journalistieke verhalen tot stand komt en in hoeverre die constructies al of niet de democratie versterken.
Volgens Gans zijn journalisten de laatste logisch positivisten op aarde. Zij geloven dat ze het publiek helpen een mening te vormen, door ze te voorzien van objectieve feiten. Maar zo werkt het niet. Je vormt een mening vanuit betrokkenheid. Eerst moet je begrijpen wat informatie betekent voordat je er iets mee kunt. Journalisten moeten helpen dat begrip te bevorderen door duidelijk te maken waarom hun informatie relevant is. Juist als een onderzoeksjournalisten veel af weet van een onderwerp, helpen ze hun publiek door hun eigen mening niet voor zich te houden.
dialoog
Jay Rosen, van de New York University, beweert iets gelijks. Hij sprak onlangs op de expertiesedag journalistiek en beweerde dat journalisten zich niet meer kunnen verschuilen achter de pretentie de waarheid te brengen. Om als deskundige geloofwaardig te zijn, moeten ze in gesprek raken met hun publiek en duidelijk maken waar ze staan, wat ze willen onderzoeken, waarom ze dat belangrijk vinden, wat ze van het onderwerp weten en hoe ze dat verder denken te onderzoeken.
Door de verspreiding van kennis, zeker door internet, vaart het publiek niet meer blind op de opvatting van experts. Mensen zoeken zelf informatie en vergelijken dat met wat experts te hebben te melden. Experts die de dialoog daarover met hun publiek niet willen aangaan, verliezen het vertrouwen van hun publiek. In plaats van zich te verschuilen achter hun vermeende neutraliteit, doen journalisten er beter aan hun betrokkenheid te tonen.
Weg met de hypothese
Ik kwam op het idee om het begrip "hypothese" te gebruiken omdat het begrip een centrale plaats inneemt in de opvattingen van Mark Hunter en Luuk Sengers over onderzoeksjournalistiek. Zij zeggen: als onderzoeksjournalist moet je eerst een hypothese hebben voor je onderzoek gaat doen. Een hypothese is volgens hen een veronderstelling over wat er aan de hand is. Die veronderstelling heeft volgens Hunter de vorm van een verhaal. Vandaar de titel van zijn handboek: Story-based enquiry. Dat is mooi, dacht ik, want die benadering gebruikte ik al een tijdje voor de instructie van studenten. Maar nu was het allemaal netjes opgeschreven, en was er een sleutelbegrip: hypothese. In oudere handboeken voor onderzoeksjournalisten wordt dat begrip hypothese wel meer gebruikt, maar nauwelijks uitgewerkt.
Op naar de praktijk
Kom, dacht ik, laten we eens kijken hoe dat in de praktijk werkt. Ik snapte wel dat journalisten zelf nooit het begrip 'hypothese' gebruiken, maar nu dat begrip in de theorie zo prominent naar voren kwam, leek het me aardig te kijken hoe je daar handen en voeten aan kunt geven. Dus vroeg ik me af: hoe gebruiken journalisten het begrip hypothese? Lastige vraag natuurlijk, omdat je eigenlijk vraagt: hoe gebruiken ze een begrip dat ze niet gebruiken?
Het belang van het verhaal
Dat daar wat kritiek om kwam was dus niet zo gek. Maar hoe dan? Het resultaat van het onderzoek, namelijk dat journalisten zich in hun onderzoek vaak laten leiden door verhaalvormen, werd door de mensen die het hebben gelezen wel interessant gevonden. Dus was het zaak het onderzoek opnieuw te presenteren, maar dan vanuit een begrijpelijker invalshoek. Die denk ik nu te hebben gevonden: hoe verloopt het onderzoeksproces?
Verantwoording
Waarom is dat interessant om te weten? Allereerst voor het onderwijs: als je weet hoe dat proces verloopt, dan kun je het ook aanleren. Maar natuurlijk ook voor de professionalisering van de journalistiek: als je inzicht hebt in het verloop van het proces, kun je je daar ook beter over verantwoorden dan als je moet volstaan met de dooddoener dat je de waarheid brengt.
Weten we niet al genoeg?
De volgende vraag is natuurlijk of we al genoeg weten hoe dat proces verloopt. Dat denk ik dus niet. Mijn punt is dat je in de handboeken over onderzoeksjournalistiek alleen de losse onderdelen van het onderzoeksproces tegenkomt, met een grote nadruk op het vinden van bronnen. Mediawetenschappers die zich met dit onderwerp bezig houden, zeggen dat het om een lineair proces gaat: eerst de tip, dan het onderzoek en vervolgens de presentatie.
Interactief proces
Onderzoeksjournalisten zelf zeggen dat het om een interactief proces gaat waarbij de verschillende onderdelen van vraagstelling, onderzoek en verhaal vertellen door elkaar lopen. Als dat zo is, beweer ik dan, kijk dan bij het beoordelen van onderzoeksjournalistiek niet alleen of de feiten kloppen, maar vooral naar de samenhang tussen het uiteindelijke vastgestelde onderwerp, de manier van onderzoek en het soort verhaal dat er wordt verteld. Is dat een beetje een coherent geheel?
Voor dat verhaal heb ik dan nu hopelijk het begin gevonden.
| Bestand van Wikimedia commons |
‘Het begint natuurlijk met Simon Schama, die de geschiedenis van Engeland op televisie deed. Dat was een immens populair programma. Maar ik vond dat hij het niet goed deed. Hij gebruikte teveel gebeeldhouwde zinnen. Het was of hij een essay uitsprak. In zijn latere programma over kunstgeschiedenis was hij veel beter. Hij sprak de kijker direct aan, was informeler, ging op hekjes zitten - dat was erg goed. Een voorbeeld voor wat daarna komt.'
'Een goede verteller biedt de mogelijkheid tot identificatie van het publiek met het tv programma. Je zou wel gek zijn als je daar als tv maker geen gebruik van maakt. De verteller vormt de band tussen de kijker en het programma. De verteller gaat namens jou op pad en moet een aangenaam mens zijn.'
'De verteller moet een hoge mate van likeablity hebben. Hij moet een persoonlijkheid zijn. De camera moet van hem houden, en de mensen moeten van hem houden.'
'Het draait allemaal om het opwekken van vertrouwen.'
'Werken met een afwezige verteller, zoals bij Tegenlicht, is te ouderwets. Het kan alleen als je een prachtig verhaal hebt, of indringende beelden, zoals bij de Wouter Bos tapes.'
'Volgens sommigen mag je die niet gebruiken, omdat dat niet objectief is. Maar soms is het de beste uitweg, vooral als je veel anonieme bronnen hebt. Dat is ook de truc die Jeroen Smit in De Prooi gebruikt: geen citaten, wel een alwetende verteller.'
'De verteller bij uitnemendheid is Adriaan van Dis, vooral in de serie over Zuid-Afrika. Hij weet waar hij het over heeft, hij spreekt de taal goed, en hij voert ontroerende gesprekken met de mensen. Daar krijg je een brok van in je keel.'
| Joop den Uyl als Joop den Uyl |
"Er is zoveel waarheidsvinding in Nederland, zoveel gekmakende hypercorrecte journalistiek. De waarheid, daar heb ik geen boodschap aan! Zolang ik maar binnen de grenzen van de waarschijnlijkheid blijf kan ik het publiek verleiden om te denken: zo is het gegaan."
De NOS, de Telegraaf, de Gooi & Eemlander en nog vele anderen deden het toch: foto's en filmpjes plaatsen van de enige overlevende van de vliegtuigramp in Tripoli: de negenjarige Ruben. En waarom? Omdat het publiek het wil weten en omdat anderen het ook deden. Komt het recht op informatie erop neer dat je alles moet brengen waar het publiek belangstelling voor heeft? Zijn alle verlangens even belangrijk? Ja, als je je verstand kwijt bent wel.
Er is geen filosofie of religie die ontkent dat de mens wordt gedreven door begeerte. Voor Plato vormt Eros - het verlangen van het eindige naar het oneindige, wat zich kan uiten in de wil tot voortplanten en in liefde voor wijsheid - zelfs de kern van het bestaan. Maar moet je je vervolgens ook door die begeerte laten leiden? Mais non.
Wat mensen van andere levende wezens onderscheidt, is dat we ook verstand hebben, en met dat verstand onze begeerte en emoties in banen kunnen leiden. Plato geeft meteen toe dat de meeste mensen dat niet lukt, geen probleem, laat ze een prettig leven leiden, zich voortplanten en geld verdienen, maar geef ze niet de verantwoordelijkheid een staat te leiden, dat kun je beter overlaten aan mensen die wel hun verstand weten te gebruiken. Vanwege die anti-democratische opvatting wordt Plato wel als elitair gezien. Maar dat hij zo'n duidelijke visie had op wat er in ons mensen omgaat, lijkt me niet iets om zo maar naast je neer te leggen. Plato zegt niet anders dan: mensen hebben begeerten, die zijn belangrijk, maar je moet er verstandig mee omgaan. Toch een heel wat interessanter opvattingen dan het negeren of ontkennen van die begeerten.
Freud
Verstandig omgaan met begeerten wordt ook wel 'beschaving' of 'cultuur' genoemd. De grote denker over onze begeerten Freud, besefte heel goed dat het meedoen aan beschaving of cultuur heel onbehaaglijk kan voelen, je wilt immers liever blind je driften volgen. Maar hij zag ook in dat de meeste mensen er toch voor kiezen om zich aan te passen om niet in barbarij ter vervallen en een eeuwige strijd van allen tegen allen (Hobbes) te moeten voeren.
Als beschaving de manier is waarop we met onze begeerten omgaan, dan zou je de verschillende beschavingen en religies kunnen karakteriseren door hun houding tegenover begeerten. Wordt het genegeerd (de priester die vroomheid predikt en zich vergrijpt aan jonge kinderen), ontkend (pure rationalisten), overstegen (boeddhisme) of erkend (humanisme, vele vormen van oosterse filosofie, gnostiek).
Neurobiologie
Een populaire opvatting in de neurobiologie is dat ons brein voor een groot deel bestaat uit het 'primitieve brein' dat ons niet onderscheid van reptielen en zorgt voor allerlei automatische reacties in ons lichaam, 'het emotionele brein', dat evolutionair gezien een paar miljoen jaar jonger is en de emoties reguleert, en het aller jongste deel: de neocortex. De vergissing van Descartes c.s. (Damasio) is om te denken dat die neocortex alles vermag. Maar, zeggen steeds meer psychologen, rationele overwegingen brengen ons niet zo ver als we ons gedrag willen beinvloeden, het primitieve - en emotionele brein spelen blazen ook hun partijtje mee.
Journalistiek
Net als Plato en de neurobiologen kunnen journalisten mensen zien als wezens die worden gedreven door hun begeerten. Dan kun je ervoor kiezen om in de begeerten van mensen te voorzien en de rol van het verstand verder uitschakelen. Geef-de-mensen-waar-ze-om-vragen,-wie-zijn-wij-om-te-bepalen-wat-goed-voor-ze-is? is dan zo'n beetje de houding. Dat is de keuze om de journalistieke beschaving op te heffen: je laat je niet meer leiden tot je professionele verstand, maar reageert ongereflecteerd op de verlangens van je publiek.
Professionele verlegenheid
Dat sommige journalisten zo denken is wel begrijpelijk. Nu de journalist aan autoriteit heeft ingeboet en is verweten geen oor en oog te hebben voor de stem van het volk, is hij het professionele kompas kwijt geraakt en laat zijn oren hangen naar wat de mensen willen horen. Maar hoe terecht het verwijt van arrogantie aan het adres van journalsten vaak ook is, dan is lijkt me geen reden om niet meer na te denken over wat verstandig is om te doen en welke informatie belangrijk is en welke niet. Juist in het kanaliseren van begeerten van het publiek bewijst zich de staat van de journalistieke professionaliteit.
Sociaal Contract
In de politieke filosofie staat het begrip 'sociaal contract' voor de al of niet stilzwijgende overeenkomst tussen burger en staat over het gezag van de staat. Volgens John Locke (1632-1704) is het gezag van de staat legitiem, als het de vrijheid van de burgers waarborgt. De redenering is dat mensen vrij willen zijn, dat de staat die vrijheid mogelijk moet maken, en de burger de staat moet gehoorzamen voorzover hij aan haar verplichting voldoet. Thomas Hobbes (1558-1679), die in een roerige tijd leefde, zag het wat anders, volgens hem willen de burgers vooral veiligheid en moeten de burgers de staat gehoorzamen die ze de veiligheid brengt. Hoe dan ook, het idee van het sociaal contract is dat de burgers instemmen met de regels van de staat zolang die staat doet wat ze willen dat hij voor ze doet.
Vrije Pers
Pas je het idee van het sociaal contract toe op de pers, dan krijg je het volgende: de legitimiteit van de vrije pers berust op de mate waarin de burgers instemmen met de regels van de pers zolang die pers datgene volbrengt wat de burgers ervan verlangen.
Analyse
De vragen die zich nu voor doen zijn:
- Waaruit bestaat de instemming met de regels van de pers?
- Wat vinden de burgers dat de pers voor hen tot stand zou moeten brengen?
- Wat is de status van het sociaal contract tussen pers en burger?
Op grond waarvan zou je kunnen zeggen dat burgers het noodzakelijke vinden dat er een vrije pers bestaat? Het eenvoudigste antwoord is: als ze kennis nemen van de inhoud van die vrije pers. Op basis van die redenering zeggen sommigen dat de democratie in gevaar is als mensen geen kennis nemen van de vrije pers. Bijvoorbeeld: het is een gevaar voor de democratie als jongeren geen kranten meer lezen. Dat is tekort door de bocht. Veel jongeren maken weliswaar beperkt gebruik van de producten van de vrije pers, maar vinden het toch nuttig dat die pers bestaat, als was het maar omdat anderen er dan gebruik van kunnen maken. Maar, zou je je kunnen afvragen, is al of niet kennis nemen, of vinden dat het goed is dat anderen er kennis van nemen, voldoende om van inspraak te kunnen spreken? Het lijkt me niet. Het kennis nemen moet ook iets opleveren, namelijk dat het jou en anderen mogelijk maakt te leven op een manier dat je wilt leven, zoals de staat het je mogelijk maakt in vrijheid of veiligheid te leven. En hier zou zich wel een probleem kunnen voordoen, namelijk als het maatschappelijk nut van de vrije pers niet wordt ervaren. In dat geval zou je kunnen zeggen dat het sociaal contract tussen pers en publiek zijn legitimiteit heeft verloren.
Dan is de vraag: hoe komt dat, is er wat aan te doen, en moet er wat aan gedaan worden? Het korte antwoord lijkt me dat een kritische pers noodzakelijk is voor een goed functionerende democratie, al was het maar omdat een kritische pers deel uitmaakt van het sociaal contract dat we in westerse democratieën met de staat hebben. Maar een vrije en kritische pers moet wel
- duidelijk maken dat de eigen regels iets opleveren waar het publiek wat aan heeft
- onderzoeken of oude regels in nieuwe omstandigheden nog tot het gewenste resultaat leiden.
De traditionle journalistiek overtuigt niet meer. De oplage van kranten daalt, jongeren lezen al helemaal geen kwaliteitskranten meer en journalisten trekken het nut van hun eigen vak in twijfel.
Stel dat je wilt dat de traditionele journalistiek wel weer overtuigt, wat moet je dan doen? Als het aan Aristoteles lag, zou het antwoord eenvoudig zijn: zorg voor je juiste mix van ethos (goed imago), logos (goed verhaal) en pathos (aansluiten bij de leefwereld van je publiek) en het publiek hangt weer aan je lippen.
Wat zou dat voor de journalistiek betekenen?
Ethos: van autoriteit naar authenticiteit
Het publiek kijkt niet meer op tegen mensen met autoriteit. Het heeft meer waardering voor mensen die ergens voor staan. Authenticiteit lijkt steeds belangrijker te worden voor een goed imago. Dat is lastig voor journalisten die denken slechts een doorgeefluik van de waarheid te zijn. Die mogen geen partij kiezen. De enige betrokkenheid die ze kunnen tonen is hun betrokkenheid bij hun eigen ideaal van objectieve informatie verstrekken. Toon wat van die betrokkenheid, zou Aristoteles zeggen. Wees trots op je vak en maak duidelijk waar het goed voor is. Als je dat niet kunt, laat dan in ieder geval zien waar je hart wel naar uitgaat. Doe je dat ook niet, ja, dan kan het niet anders of het publiek ziet je niet staan.
Logos: van nieuws dat barst naar nieuws dat buigt
Wat is in onze tijd een goed verhaal? Als je kijkt naar de ontwikkelingen inde Amerikaanse journalistiek, zoals die beschreven staan in het onlangs verscheen rapport The State of the News Media 2008,en ziet wat de grote kranten in Nederland doen, dan lijkt er sprake van een nieuw paradigma van het nieuws: er is een duidelijke verschuiving in de opvatting over wat nieuws is en hoe het gebracht dient te worden.
Traditioneel gaat nieuws over conflicten en dramatische gebeurtenissen, over dingen die barsten: Chinese soldaten die Tibet binnentrekken, een zelfmoordaanslag, een bankemployee die miljoenen verkwanselt. De drama’s zijn zo talrijk en liggen zo ver buiten onze invloedsfeer dat velen denken: het zal wel. Als je er al kennis van neemt, ben je het ook zo weer vergeten. Het publiek is meer geïnteresseerd in trends en ontwikkeling. De onderwerpen die burgers raken, zijn de onderwerpen die buigen: het veranderend zorgstelsel, de opkomst van religie, de onttakeling van het onderwijs, de economische infrastructuur. Ze vragen om meer aandacht, analyse en interpretatie van de kant van de journalist. Het gaat niet meer om het weergeven van feiten, maar om het interpreteren van ontwikkelingen. Dat is de nieuwe logica van verhalen.
Pathos: van nieuws als product naar nieuws als service
Mensen willen verhalen horen die aansluiten bij hun eigen leefwereld. Nieuws waar je wat aan hebt. Nieuws moet iets duidelijk maken over je eigen leven. Je je kunnen identificeren met personen uit het nieuws, of je moet het nieuws kunnen gebruiken om eigen keuzes te maken.
Media moeten een duidelijke identiteit neerzetten; oprecht zijn, weten wat ze doen, geloven in hun missie; en belangstelling tonen voor hun publiek. De rol van objectieve scheidsrechter van het wereldgebeuren is dodelijk. De gehechtheid aan rationaliteit als bron voor een goede samenleving hoeft niemand op te geven. Maar zet die rationaliteit wel in om een visie uit te dragen, verschillende visies van mijn part, die goed onderbouwd zijn met argumenten die steek houden en feiten die kloppen.
Onze kennis van de wereld ontlenen we voor een groot deel aan de media. Het is dus niet gek om je af te vragen wat voor een kennis dat is. Hoe is die kennis opgebouwd? Hoe moet je die kennis waarderen? Wat is de functie van die kennis?
De tak van filosofie die zich met dit soort vragen bezig houdt heet epistemologie: de logos of leer van de kennis (episteme). De epistemologie wordt op verschillende manieren beoefend. In de eerste plaats heb je een rationalistische en een empirische benadering. De eerste gaat ervan uit dat we de criteria voor waarheid ontlenen aan ons verstand. Volgens deze opvatting is de waarheid van een uitspraak afhankelijk van het soort begrippen dat je hanteert.
Volgens de tweede benadering bepaalt de werkelijkheid (empirie) of iets waar is of niet. Deze laatste opvatting is het meest gangbaar in de journalistiek. Het idee is dat je de werkelijkheid naar waarheid beschrijft of in beeld brengt als je maar goed kijkt en oplet en je niet laat misleiden door je eigen vooroordelen. Als journalist ben je als het ware een doorgeefluik voor de werkelijkheid.
De laate jaren is er veel aandacht voor verschillende vormen van rationalistische epistemologie als er wordt nagedacht over het soort kennis dat journalistiek voortbrengt. Deels gaat het dan om kritiek op het begrip 'objectiviteit', maar het belangrijkste is toch om greep te krijgen op de specifieke vorm van kennis die we via televisie, radio, tekst en internet opdoen.
De rationalistische epistemologie kent verschillende vormen. Toegepast op de kennis die media ons leveren, kun je de volgende onderverdeling maken. De kennis wordt bepaald door a) het soort verhalen dat wordt verteld, b) de beelden die worden gebruikt, c) de toegepaste techniek.
Narratieve epistemologie
De narratieve epistemologie gaat ervan uit dat ons oordeel over de waarheid van een verhaal voor een groot deel afhangt van de vorm van het verhaal. Van een tekst die de vorm van een nieuwsbericht heeft zullen we eerder geloven dat de inhoud waar is, dan als de tekst de vorm heeft van een sprookje. Een als sympathiek beschreven karakter in een reportage zullen we eerder geloven, dan een onsympathiek karakter. Kortom: verhaaltechnieken beïnvloeden het idee van wat wel en niet waar is.
Visuele epistemologie
Visuele epistemologie legt de nadruk op het belang van het beeld voor ons idee van waarheid. Zien is geloven, zeg maar. De overdracht van kennis door media die het voornamelijk van beeld moeten hebben, zoals televisie, verloopt voornamelijk via beeld en daaraangekoppelde emotie.
Technische epistemologie
Deze term bestaat niet, maar gebruik ik even voor het gemak. Bij deze benadering gaat het om de vraag in hoeverre de techniek bepaalt wat we weten. Extreem gezegd neemt in deze visie 'google'de plaats van onze hersenen in. Zoals ook een navigator in de auto de functie van onze topografische kennis overneemt. De eigen aard van de techniek bepaalt wat wel en niet kunnen weten.
zie ook:
* Anderson, J.A., G. Baym. (2004) Philosophies and Philosophic Issues in Communication, 1995-2004. Journal of Communication, dec 2004, 589-615
* Aucoin, J.L. (2001) Epistemic responsibility and narrative theory: The literaty journalism of Ryszard Kapuscinski. Journalism 2001; 2; 3-21
* Ekstrom, M. (2002)Epistemologies of TV journalism: a theoretical framework. Journalism 2002; 3; 259-282
* Ettema, J., T. Glasser (187) On the Epistemology of Investigative Journalism. in M. Gurevitch and M.R. Levy (eds) Mass Communication Review Yearbook, Vol. 6. London: Sage
Waar moeten we de verklaring hiervoor zoeken? Bij de persoon Kurpershoek die het allemaal te zwaar wordt en zich verheugt in een burgerlijk bestaan, bij de ontwikkeling in de journalistiek die vraagt om multimediaal geschoolde journalisten, of bij de politiek die geen geld over heeft voor serieuze journalistiek?
Ik denk dat het tijd wordt voor een marxistische analyse van de multimediale journalistiek. Dat betekent dat we moeten kijken naar de economische grondslag voor de journalistiek, en onderzoeken wat dat doet met de journalistiek en de individuele journalist.
Multimediale journalistiek - het is het toverwoord voor iedere opleiding journalistiek. Iedere journalist moet alles kunnen: een goed verhaal schrijven, de camera bedienen, een radioprogramma maken en een weblog bijhouden. "Hoe je er ook over denkt, we kunnen er niet omheen. Dit is de toekomst," hoor ik overal om me heen.
Voor Kurpershoek werd het teveel: naast vragen stellen en presenteren, ook de camera bedienen en een weblog bijhouden. "Ik ben niet in staat om zelf met een camera te filmen en tegelijkertijd te interviewen." "Ik ben heel erg van de basisvragen: wie wat, waar en waarom?"
Voor dat soort journalisten is geen plaats meer. De NOS is een 24-uursorganisatie geworden met radio, internet, ochtendjournaals, middagjournaals, avondjournaals. Dat moet allemaal gevuld worden, en daar is steeds minder geld voor.
Laatst hield NOS-correspondent Tim Overdiek een verhaal op de School voor Journalistiek in Utrecht over zijn ervaring als multimediaal journalist. Hij doet alles: Tv-reportages maken voor het Journaal, radio items voor Radio 1 en teksten schrijven voor zijn weblog over nieuws uit Engeland. Waar dan ook weer foto’s bijkomen en natuurlijk video en geluid. De NOS is blij met zo’n duizendpoot. Dat scheelt weer 5 ton per jaar als je een iemand kunt sturen die zowel een radio- als tv-studio in zijn rugzak torst.
“We zijn knettergek en weten niet wat we doen”, zo vatte hij zijn multimedia avonturen samen. Wat hij wel weet is dat hij kwaliteit wil leveren. Geen geluid van video-opnames voor een radioreportage. Geen stills van een filmpje om als foto te gebruiken. Het moet allemaal echt zijn en zo mooi mogelijk in elkaar zitten.
Hij vindt het geweldig om te doen, is trots op wat hij kan, maar is wel even terug in Nederland om zich te bezinnen op wat hij doet. Het is slopend. En waarvoor doe je het allemaal?
Tja, waarvoor doe je het? Omdat het spannen is, om dat je mensen wilt informeren - oké -, maar vooral de razende nieuwsindustrie draaiende te houden.
En het is de vraag of die nieuwsindustrie het publiek bij het wereldgebeuren betrekt, of dat ze het publiek het comfortabele gevoel geeft dat er zoveel in de wereld gebeurt dat het zich er onmogelijk mee kan bemoeien.
Er is weinig cynisme voor nodig o m te veronderstellen dat het laatste het geval is, dat de multimediale journalist de slaaf is van die industrie.
Wil de journalistiek als professie overleven in het multimediale tijdperk dan hebben ze gemeenschappelijke normatieve regels nodig. Dat is een empirische constatering, en geen normatieve uitspraak . Uit onderzoek blijkt dat gemeenschappen die uitgaan van het 'tit for tat' principe (als jij je aan de regels houdt, dan doe ik dat ook) een grotere overlevingskans hebben dan gemeenschappen waar het egoïsme de boventoon voert. Een andere overlevingsvoorwaarde voor de journalistiek is dat journalistieke media economisch rendabel zijn. De overlevingskans is dus het grootst als beide principes elkaar ondersteunen. Aan die voorwaarde is voldaan als journalisten en mediaconsumenten het gevoel hebben tot dezelfde gemeenschap te behoren en dus baat hebben bij gemeenschappelijke normatieve regels. Dat leidt dus tot de volgende hypothetische imperatief voor journalisten. Willen journalisten in het huidige medialandschap overleven, dan moeten ze ervoor zorgen dat hun publiek zich herkent in de normatieve regels die zij zelf naleven. Alles op een rijtje:
- journalisten moeten gezamenlijke normatieve regels hebben
- journalisten moeten zich aan hun gezamenlijk normatieve regels houden
- journalisten moeten het publiek duidelijk maken wat hun normatieve regels zijn
- het publiek moet de normatieve regels van journalisten herkennen als hun eigen regels
- journalisten en hun publiek moeten hun normatieve regels regelmatig aan een kritische analyse onderwerpen.
Updates
-
Werkt dit ook als iedereen dit toepast? 15 Ways to Increase The Click Through Rate On Your Tweets http://t.co/ak1Nv8Cp via @bufferapp
-
Hoe krijg je meer volgers? http://t.co/L9l0gw9v #slimtwitteren
-
Voor ik hier aan beging: http://t.co/v3jJBtpp , eerst dit: http://t.co/pn7dU4CW. Vooral goed voor het storytelling deel #datajournalistiek4 days ago from web | Reply, Retweet, Favorite
-
#3onderzoekt Er worden altijd nog meer zwarten door zwarten vermoord dan blanken door zwarten.
-
Wil je meer weten over de zwart-wit tegenstelling, lees: Smeulende relaties http://t.co/hFljM6fb #3Onderzoekt
-
Ik had deze buzz gemist. Why it’s time for journalists to pay attention to Pinterest: http://t.co/67xgInov. En ook: http://t.co/QBFeTeUf
-
#ecw12 Chris van der Heijden: men verwart vaak de ex-pats (die berichten versturen) met bewoners;
-
#ecw12 Chris van der heijden: wat is de rol van de media bij politieke veranderingen? Steeds weer: grote verwachtingen komen niet uit.
-
#ecw12 chris van der heijden: Mediarevoluties als westers ideaal
-
#ecw12 participatieve journalsitiek gaat uit van enthousiasme voor democratische mogelijkheden, maar gebruikt voor economische motieven
-
#ecw12 @pietbakker @sannehille: AD heeft meeste facebooks fans. Nu.nl doet het ook goed. Zembla nauwelijks
-
#ecw12 @pietbakker @sannehille: met facebook niet alleen interpretatie (reactie), maar ook distributie.
-
#ecw12 @pietbakker @sannehille: voordeel van reactie via facebook in media: je bent niet meer annoniem
-
#evc12 voor de derde keer vandaag@pietbakker; hij neemt het over van @sannehille. Onderwerp: publieksparticipatie via facebook
-
@ponscornelis Over feminisering in journalistiek: over het geheel genomen geen verandering; onder de 35 wel meer vrouwen. #evc12
-
#ecw12 @pietbakker: Alle succes voor de kranten komt uiteindelijk van de Belgen.
-
#ecw12 @pietbakker : tabloidisering van Dagblad van het Noorden is een totale mislukking geworden.
-
#ecw12 @pietbakker Meest succesvolle innovatie bij kranten: "het ontbundelen" zoals zaterdagabonnementen
-
#ecw12 @pietbakker Over 25 jaar is #nrcnext degrootste Nederlandse krant Op basis van extrapolatie van huidige ontwikkelingen.
Profile
Summary
Experience
- Jan 2001 - PresentTrainer en coach StroomQ / StroomQStroomQ is een psychologisch adviesbureau waar ik samen met Carien Karsten eigenaar van ben. Carien doet het leeuwendeel van de therapie en coaching en ik geef trainingen over geluk, piekeren, besluitvorming en kritisch denken. We hebben samen een aantal boeken geschreven op het snijvlak van psychologie en filosofie, waaronder 'Veel Geluk, doe wat je echt wilt'.
- Sept 1992 - PresentDocent en onderzoeker bij de School voor Journalistiek, Hogeschool Utrecht / Hogeschool UtrechtIk geef cursussen over de geschiedenis van de filosofie, journalistieke ethiek, kritisch denken, en methoden van onderzoeksjournalistiek. Als onderzoeker ben ik verbonden bij het Kenniscentrum Communicatie en journalistiek van de Hogeschool Utrecht. Ik houd me vooral bezig met de methoden van onderzoek van onderzoeksjournalisten en let daarbij vooral op de relatie tussen 'het verhaal' en 'de waarheid'. Filosofisch gezien is mijn onderwerp de epistemologie van de journalistiek.
- Sept 1990 - Sept 1992docent / Instituut SchoeversIk ben mijn loopbaan als docent begonnen bij Schoevers Opleidingen. Ik had filosofie gestudeerd, wilde docent worden, en kwam het makkelijkst aan een baan als docent Public Relations. Met veel plezier de Rhetorica van Aristoteles in het onderwijs verwerkt.
Education
- Universiteit van AmsterdamDoctoraal in Philosophy