Feel more than free to look around in my online world. Actually, my poetry is the main ingredient of this page, at least that's my intention. This is also the reason why the link to my 'work', is on top of the list. The rest is just for fun, basically, or maybe out of plain vanity or because of wanting to have more than one option in the menu.
Amber
alsof ik geprikt werd door de dag die openzwaaide
en ons op een tussenruimte wees, hier
ben jij en daar ben ik, je hebt je langzaam
naar mij toe gedraaid de klok
staat kort voor zeven
jij was het breken van de nacht
in duizend namen
ik wil ze terug: de schemer, smalle kieren
je in een vlucht van haar en adem nemen
fluister
“sluit toch die gordijnen!”
want de scherpte is niet altijd echt
of eigenlijk wij kennen geen tl-buizen
alleen zacht gloeiend licht
Braakliggend paradijs
het is een plek waar dode duiven nooit gevonden worden
stofdieren in glazen kubussen liggen hier verspreid
op hun kunstenaars te wachten
woorden omhelzen nog een paar vertrapte planken
het krassen van stiften galmt door
waar iets begonnen is maar niet begon
een gebied, een verborgen wij
waar stengels geruisloos in elkaar grijpen
tot een bos aan de vlakte
meisjes met uitzichtloze ogen knielden hier
ze verhaalden met gedoofde stem aan
stilstaande lucht:
wat kan nog op deze velden zijn
is dit mijn toegedekte droomlandschap
een van zichzelf vervreemd terrein
-
I
op een half beschaduwd plein
wachtte je op mij, de dwaling
droop als kaarsvet uit de lucht
het brandde kort
op onze huid en bleef
aan onze vingers kleven we
wilden in een kerk
maar ze was vandaag gesloten -
voor de deur bestudeerden we stil
de punten van mijn haren
II
vandaag een aantal jaar
geleden ging mijn oma weg
nu weet ik ook waarom water blauw is
deeltjes die verstrooid worden
uit de lucht, haar
laatste dag noemen we hemelvaart
ze vouwde zacht haar handen samen
ik weet niet wat ze dacht
voor ze vertrok en of
ze er ook sneller was
Tapijt
het blijven van die jongens
die met blokken bouwen
alles rust op fundamenten
zeiden ze en leerde je balans:
een gelijkzijdige driehoek
op een vierkantige, want
huizen zweven niet
zo werden blokken golven
en geen daken, maar
gelaagd geluid, muziek
zwarte stemmen onder water
het vergt een zelfde concentratie
om je meisje uit te kleden
de rits beheerst over haar schouder
vleugel gelijkvloers te dwingen -
haar hals geen seconde
ongekust
ik zie het zo voor me
laag voor laag, die
lange, blonde wimpers
een smalle lip, heel kleine tanden
toen je bloklandschap in één beweging
vlakgestreken werd
De straat vergaat
er is een revolutie aan de hand:
luie letters worden opgetrokken uit hun bedden
van de witte sprei gejaagd
en gedwongen ruimte in te nemen
daar komen ook de nodige maatregelen
aan te pas
ondertussen vraagt de dichter:
waarom schrijf ik niet als ik gelukkig ben?
waarom schrijf ik niet als ik ongelukkig ben?
schrijven doe je als je niks voelt
een stil moment
legt onze veters in de knoop
mijn papieren stem wordt groot
de muren wit
zonder -tje,
-je of
jou
strijkt ze zachtjes langs de lip van lezers -
het kietelt
ja tegen spanning, nee explosief want
letters blijven meestal liggen -
dat wilde de graffiti
nog het allerliefste niet
Autobaan
Duizenden kropen er laag bij de grond over loeiheet water;
het droop van zelfbesef in die kleine binnenruimte.
Daar, in die schelpkleurige wagen
gestoffeerd met onze nauw gedreven lijven
was het dat je zout van mijn bedolven jukbeen zoende
-we reden door zeer fijn, droog zand-
en al beten wij er niet in:
Alles leek even van zacht goud te zijn
dat op een rug van lucht naar links en rechts
tussen onze tintelende vingers schilferde
Ontspoor
Het is laat in de treinwagon, men koelt af
van verzengend hete uren wanneer alleen vocht
nog als dauwdruppels op hun neuzen rust.
En je zou haar even willen zijn
al is het maar voor ´t even, voor het maken van
de snoepreis naar een klinisch hoofd.
Zij, in de blikgroene regenjas met haar
eenzame gezicht en dunne lippen je
voelt hoe je haar rug tegen het plastic
van de ramen duwt en haar het landschap laat ontgaan.
Al bijna zou je weten hoe het is om tegen
vensters aan te leunen in de hoop er door te breken,
stiekem te denken dat iemand je dan opvangt
en meeneemt,
maar je staat niet en naast je zit een man die snuift
als ware hij een Duitser aan de cocaïne.
Object
De figuur tegenover mij kijkt niet
naar mij, maar naar een coördinatie
punt in lucht. Een lijn
tussen ons breekt. Langzaam
aan krijg ik een dof gevoel.
Mijn blik leunt tergend op zijn lichaam,
tast de structuur af van zijn hemd –
touwachtig, grof, als een rieten mat.
Dan laat de man zijn punt varen en
merkt me op. De lijn tussen ons
zet zich schrap.
house
het is hier net een huiskamer
grijze tonen
van koffers die ontsluiten
in de ruimte, ze drukt
een ordeloze adem
uit benige lijven
die over maten vallen
een reeks poses in het zwartlicht
maakt van ons een korte tekenfilm
we aaien ruggen, spreiden
je vingers of de mijne
en niemand weet nog
van wie die hand was in mijn zij